Na de teleurstellende vertoning in eigen huis tegen Jong Utrecht gingen we vanavond op bezoek bij Volendam, een directe concurrent voor de periodetitel. Tegen Volendam presteren we doorgaans goed, dus dat schiep op voorhand hoop. De technische staf had voor deze wedstrijd zowaar een wissel doorgevoerd in de basis; Musaba begon dit duel in plaats van Romeny. Het strijdplan leek dus duidelijk: achterin de boel dichthouden en gokken op de counter met de snelheid van Okita en Musaba.
Volendam had er duidelijk zin in en leek de belangen van deze wedstrijd beter te begrijpen. De palingboeren trokken namelijk vanaf de aftrap fel ten strijde. NEC kon weinig anders dan achterover hangen en loeren op een uitbraak. Na een goede tien minuten murw gebeukt te zijn, leek NEC een beetje controle over de wedstrijd terug te krijgen. De adempauze was echter van korte duur. In de 18e minuut scoorde Volendam namelijk de openingstreffer. Een Volendamse voorzet vond Vissersdorp-voetballer Visser vogelvrij voorin Vierdaagsestadstrafschopgebied (okee, die laatste V was een beetje gezocht, maar kom op mensen). Visser deed een soort half-hakje dat met meer geluk dan wijsheid de bal dusdanig van richting veranderde dat hij achter Branderhorst verdween. Even later kon diezelfde Visser ontsnappen uit de rug van ons centrale duo en onbedreigd op ons doel afstomen voor de 2-0, maar hij faalde in de afronding. Het bleek slechts uitstel van executie. Na een half uur voetbal viel namelijk ook de 2-0, wederom uit een schlemielige kluts waar opnieuw een Volendam speler totaal ongedekt stond. Deed NEC dan helemaal niks terug in de eerste helft? Nee, eigenlijk niet.

