Na een interlandweek – met een record aantal NEC’ers op landendienst – die helaas werd overvleugeld door de ‘paspoortaffaire’ waarin ook Chery en Misidjan werden opgeslokt, konden we ons vanavond gelukkig weer focussen op NEC. Met Chery. Want onze aanvoerder kreeg net op tijd groen licht van de IND om weer mee te mogen voetballen. Ook Misidjan is inmiddels weer speelgerechtigd. En dat is maar goed ook – vooral van Chery dan – Want we gaan cruciale weken tegemoet. De eindfase van de competitie is immers aangebroken, met ook nog de bekerfinale over twee weken. Die cruciale fase werd vanavond afgetrapt in Rotterdam tegen de kleine broer van onze grootste concurrent voor plek 2. Je verzint het niet dat je zo’n zin in deze fase van de competitie uberhaupt kan schrijven, maar goed. Het is wel de waarheid – althans, voor even nog, want om echt mee te blijven doen om die bovenste plekken moest er vanavond dus wel gewonnen worden van gastheer Excelsior. De thuisploeg staat 16e en vecht daarmee nog nadrukkelijk voor lijfsbehoud. Van onderschatting mocht dus zeker geen sprake zijn, al scoort Excelsior wel moeilijk en heeft het inmiddels al zes duels op rij niet meer gewonnen. 29 goals scoorden de Kralingers tot dusverre, tegen 69 (!!) voor NEC. Aan Rotterdamse zijde troffen we met Stijn van Gassel op doel en Ilias Bronkhorst op rechtsback twee oud-NEC’ers. Daarbij was vooral een interview met Bronkhorst eerder deze week nogal opvallend, want die tekende aan dat hij zich miskend had gevoeld (“twee verloren jaren”) bij NEC. Jammer toch, zo’n opmerking, want het getuigt van weinig zelfkennis als je niet kunt accepteren dat je concurrent Van Rooij simpelweg de betere back is. Daarom speelt Ilias nu bij Excelsior en Van Rooij bij Twente. Soit, we liggen er verder maar niet wakker van.
Gastcolumn: “Enniesee”
Derdes stoan se noa seufenentwintig wedstrijje, jammer, feuls te loat eigeluk, nou joa, feur un hoop minse dan die ‘k gekent hep.
Ut sat un bietje ien de femielie, m’n bruur het d’r gespeult totdah s’n knie oan gurt gong, duirnoa trouw elluke wedstrijd bekeeke en ‘s moandags op de mert of bij ‘t kuirte ien’t kluphuus nog un keer of vijf deurgenoome, m’n foader was gewoon Nimweegenuir, moeder was gewoon trots op me bruur en had soefeul shirts en sokke motte wasse dah se rood, gruun en swert feur ooge sag.
Mien Oome Henk en tantes wuire “egte, die soate agter de kassa op de Goffert en duirnoa elleke wedstrijd wer op de tribune, die eene tante, tante Klaar hiete se, hebbe se heelemoal feuroan motte sette, die schupte mee met de speulers fan Enniesee, feuroan hadde de andere minse d’r gin last fan. Frouwevoetbal was nog nie uutgefonde anders hat se d’r besis bij geseete.
Eiges hè’k gin grote bijdroage magge leefere, ‘k ging wel kieke, muir nie so foak as de rest en fan ‘t soame met de jonges uut de Kuul ofer de hoag teruggooie fan Ajaxgasten sonder kuirtje krieg je oek gin erelidmoatschap.
Nee, mien makt ‘t nie soefeul uut of se nou derdes of letste stoan, maar die egte Ennieseejers ien de femmiele, se sien allemoal dood nou, die ha’k ‘t so gegund.
Ceeske
Zo zagen wij het: NEC – Heerenveen
NEC boekte vorig weekend een schitterende uitoverwinning tegen PSV in Eidnhoven, voor het eerst in de geschiedenis. Een heel mooi resultaat, maar zoals de voetbalwetten dan gelden: het betekent niks als je de week erop de punten weer verspeelt. Het was vandaag in eigen huis tegen Heerenveen dus zaak om een goed resultaat te halen. Heerenveen is de laatste weken echter ook in bloedvorm, dus het zou zeker geen makkelijke wedstrijd gaan worden. Op het vervelende tijdstip van 12:15u op de vroege zondagmiddag moesten we dus flink aan de bak.

Goudkuipje en de verloren dennenappels
Met nog maar een maand voor de boeg, is het de hoogste tijd om flink te gaan voorbeschouwen op de bekerfinale. De 6de voor NEC. In mijn geval wordt het de vierde. Wat weet ik nog op te diepen over de drie eerdere edities waar ik bij was? Okay, de Dennenappel is zilver, maar winnen we nu eindelijk goud in de Kuip?
1994 Feyenoord – NEC 2-1
Het waren de dagen dat een supporter nog probleemloos met de trein naar een gemiddelde voetbalwedstrijd kon. Sterker nog: je spoorde zelfs op je gemakje naar de bekerfinale. Ik was 22 en studeerde in Nijmegen, nou niet bepaald een scene waar je veel supporters tegenkwam. Ik kwam wel in De Goffert, maar niet eens elke wedstrijd. Het was nota bene een bevriende Willem II supporter die me overtuigde van de noodzaak naar De Goffert te gaan en die me overhaalde ook een kaartje te scoren. Op zijn beurt had hij weer veel contacten met Tilburgse Feyenoord supporters, die het leuk vonden voor de pot vast een stuk of honderd pintjes te gaan vatten in de kantine van… Varkenoord. De jeugdopleiding van Feyenoord dus, onder de rook van de Kuip.
Hoewel in cognito is dat voor een NEC-er toch niet echt een ontspannend ambiance om toe te leven naar zo’n finale. Het is lang geleden, maar ik herinner me dat ik hem behoorlijk zat te knijpen: zou ik op een of andere manier ontmaskerd worden en met pek en veren het supportershome uitgedragen worden? Waarschijnlijker is dat ik keihard zou zijn uitgelachen door de verzamelde Feyenoorders. Ik vond ‘t allemaal knap spannend.
De wedstrijd was in mijn herinnering al even heroïsch als mijn verblijf in het hol van de leeuw. NEC weerde zich als Eerste Divisionist kranig tegen het Feyenoord van Willem van Hanegem en maakte het na een 2-0 achterstand nog best spannend door de aansluitingstreffer te scoren in blessuretijd. Door het eeuwige talent Bennie Dekker. Dat John van Loen en Ruud Heus ook scoorden heb ik nagezocht. Ik zat in de tweede ring met lang niet zoveel NEC-ers als in latere edities. Ik kan me heugen dat ik het best een tamme boel vond daar. Beende Van Hanegem nog voor de prijsuitreiking niet de catacomben in met de mededeling: “Geef die bekert maar aan NEK.” Of maak ik het nu te mooi?