Dansen door de huiskamer zat er niet in na Excelsior-NEC. Blij zijn met zakelijke overwinningen is nog wat nieuw voor mij als NEC-supporter. De rood-groen-zwarte vlag hang ik vooralsnog alleen op matchdays uit. Continu vlaggen tot het einde van het seizoen voelt nog als de goden verzoeken.
Dat NEC tegenwoordig zwemt in de internationals zet de club mooi op de kaart. Dat al die internationale verplichtingen geen verklaring zijn voor de matige start tegen Excelsior bewees Noé Lebretton die op Kralingen één van onze beste spelers was.

The day after NEC-Heerenveen na een niet beste wedstrijd van de onzen zat dansen er ook al niet in. Niet voor het eerst in wat een wonderseizoen kan worden, zag ik in de Bloedkuul, tegen de Friezen zelfgenoegzaamheid en arrogantie aan de bal bij NEC. En sowieso weer een véél te laag tempo in een groot deel van de 1ste helft. In Rotterdam idem dito qua tempo. Zoals al seizoenen lang, is er vaak een gebrek aan scherpte tegen gelijkwaardige of mindere ploegen. Dat is knap irritant.
Peter Bosz nam manmoedig de volle verantwoordelijkheid voor het feit dat ook topteam PSV niet scherp was, nadat de Eindhovenaren tegen Telstar op hun bek gingen. Een gebrek aan scherpte is de eerste verantwoordelijkheid van individuele spelers zelf, niet van de coach. En ontbreekt het er aan dan is het aan de leiders in het team. Beter nog dan trekt het hele collectief de dwalende spelers bij de les. Daar heb ik tegen Heerenveen en Excelsior te weinig van gezien.
