Zo zagen wij het: NEC – Rijnsburgse Boys: 1-0 n.v.

Allemachtig, wat kwam NEC goed weg dinsdagavond in de bekerkraker tegen de Rijnsburgse Boys. De trotse nummer zes van de Eredivisie, de al bijna gelouterde Europacupganger, de bedwinger van de landkampioen kwam handen, voeten, ideeën maar bovenal doelpunten tekort om de dappere Hoofdklasser opzij te zetten.

Meer dan honderd minuten duurde het, voordat (weer) El-Ak het vonnis over de Groene Hartbewoners voltrok. Illustrerend dat de huidige NEC-aanval zich in een lichte recessie bevindt. Net als bij de toestand van de wereldeconomie hopen wij allen dat de recessie niet in een depressie omslaat. Want dan helpen alleen nog paardenmiddelen, waarvan we niet eens zeker weten of we ze tot onze beschikking hebben.

Toch zeg ik: driewerf hoera voor de revival van het bekertoernooi in de Goffert. Licht getraumatiseerd na het debacle van vorig jaar tegen Zwolle (naar later bleek de lang verwachte ommekeer voor het team van ‘meneer Been’), vreesde menigeen op de tribune voor een herhaling. Maar laten we wel wezen: is dat nou niet juist de charme van de beker? In Engeland zou iedereen de loftrompet steken over een wedstrijd als gisteren en eigenlijk doet iedereen in Nederland dat nu ook. Behalve wij dan, gezien het spelbeeld.

De managers van NEC hadden gedaan wat ze moesten doen om er een leuke avond van te maken: door de publieksvriendelijke passe-partoutregeling zat het stadion aardig vol. Op de hoofdtribune na dan, die gasten zijn niet bevattelijk voor prijsverlagingen en hun clubliefde zit gemiddeld gesproken niet zo diep. Goed voor het elftal, dat zich bij tijd en wijle toch wel aangemoedigd wist, leuk voor ons, omdat we de centen een keer op zak konden houden, maar bovenal een mooie geste aan het adres van de RBB en haar naar verluidt 1.000 koppige aanhang, die zo de ambiance kreeg die ze verdienden. Af en toe moesten we ons even de ogen uitwrijven: een propvol en zinderend geel-zwart uitvak, een wit uitshirt, een felle en leuk combinerende tegenstander…nee, dat kon Vitesse bij nader inzien toch niet wezen.

Aanvankelijk zat de stemming op de tribune er wel in, tijdens de eerste helft. Het liep bij NEC weliswaar voor geen meter, maar ach, mocht het een keer na al die mooie potjes. “U ziet meneer, er zijn geen kleintjes meer in het voetbal”. En “Ik vind ze beter dan PSV”, dat soort meligheid. Maar na een dot van een kans voor de RBB na een minuut of twintig en ontluisterend flipperkastvoetbal van de kant van NEC, sloeg de stemming zo zoetjes aan om in ongeloof. Werkelijk niks lukte. De meest zorgwekkende conclusie met de rust kon zijn dat het team met de vier invallers Van den Boogaart, Otten, Worm en Radomski toch wel flink aan kwaliteit had ingeboet ten opzichte van zaterdag. Zó breed is die selectie dus ook weer niet. Maar laten we eerlijk zijn: niemand presteerde.

In de tweede helft veranderde dat beeld niet, behalve dat de invallers net wat meer gevaar brachten. Alleen was dat op geen stukken na genoeg de lamgeslagen collega’s uit het slop te trekken. Babos deelde moeiteloos in de malaise met twee malle missers, El-Ak leed vreemd balverlies, Saïdi’s dribbels strandden allen in schoonheid of minder en Janssens meelijwekkend gezwoeg deed me eerlijk gezegd aan René van Rijswijks slechtste dagen denken. Toch zorgde de inbreng van Schöne en Davids voor meer strijd aan de kant van NEC, dat stilaan met de moed der wanhoop op zoek ging naar de openingstreffer. Maar het waren de RBB die daar het meeste aanspraak op maakten. Heel Rijnsburg hoopte op een stunt, die er meer en meer  in leek te zitten. De elfmetertrap die de ingevallen scheidsrechter terecht toekende na een handsbal van Otten, kwam na enkele mooie aanvalsstoten van de Haaglanders dan ook allerminst als een verassing. Heette die scheids trouwens nou echt Hork? In dat geval was het een typisch gevalletje van ‘nomen est omen’ (een naam is een voorteken), was ik vond het een malle fluiter. Zoals bekend peerde een arme doch licht onbesuisde RBB speler naast, NEC in de race houdend voor ‘de kortste weg naar Europa’.

Ook nadien waren de zwartgelen allerminst geknakt. Een enkel krampgevalletje daargelaten, bleven ze fit en aardig combineren en kwamen ze niet echt in de problemen tegen een NEC dat weliswaar menig schot op het doel afvuurde, maar zonder kracht of overtuiging. Dat NEC zo gelukkig was in de verlenging ook een penalty te krijgen en deze wel te verzilveren, kon niet verbloemen dat de Beenboyz een offday beleefden zoals we die lang niet gezien hadden. De veelgehoorde boodschap is nu: snel vergeten, maar zo denk ik er niet over. Laat deze avond een gedenkwaardige les zijn voor het team, zoals de minder fortuinlijke verlopen bekerwedstrijd tegen Zwolle dat ook is geweest. En wat betreft de Rijnsburgse Boys? Wat mij betreft worden ze glansrijk kampioen.

 

Joris 

Reageer via DTH Facebook of deel via social media of mail.
error: Het kopiëren van content is niet toegestaan