Volksjongens en het belang van De Derby

ELST-Een geboren Arnhemmer en een geboren Nijmegenaar ontmoeten elkaar op neutraal terrein. Theo Janssen (21) en Frank Demouge (20) tussen Rijn en Waal in Het Wapen van Elst. Over Arnhem en Nijmegen, Vitesse en NEC, zin en onzin van een derby die steeds meer overeenkomsten vertoont met een stammenstrijd. Morgen staan ze tegenover elkaar in De Goffert.

Het toeval wil dat Frank Demouge en Theo Janssen elkaar, behalve op het veld, nog nooit hebben ontmoet. Beiden zijn international van Jong Oranje, maar samen speelden ze nooit.

Twee jongens van het volk, geliefd bij hun eigen fans, gehaat door de aanhang van de andere club. In café Het Wapen van Elst worden de handen geschud. Het terrein is bewust gekozen, neutraal, midden tussen de steden waarvan ze houden.

Een verbaasde ‘kenner’ van de Gelderse voetbalstrijd zou zich af kunnen vragen hoe ’t toch mogelijk is dat twee jongens die nu vriendelijk met elkaar aan een tafeltje zitten, elkaar zondag in een uiterst beladen derby zullen moeten bestrijden. De Gelderse derby die vooral buiten het veld de laatste jaren vuiler is geworden.

Janssen en Demouge hebben meerdere overeenkomsten. Beiden zijn mannen van het volk. Demouge uit de Indische buurt in Nijmegen, Janssen uit het Broek in Arnhem. In hun jonge jaren stonden ze op de tribune, tegenwoordig spelen ze zelf een hoofdrol op het veld.

De fotograaf vraagt of beide heren elkaar diep in de ogen willen kijken. Met de neuzen dicht tegen elkaar. “Je hebt toch geen knoflook gegeten?”, vraagt Janssen. Na de sessie bekijken de twee samen het resultaat in de display van de fotograaf. Twee gewone jongens, die morgen tegenover elkaar staan in een wedstrijd om de eer van de smachtende achterban.

Demouge: “Bij ons zijn ze werkelijk al weken bezig met de wedstrijd tegen Vitesse. Toen we laatst verloren van FC Utrecht zongen ze al: ‘Vitesse moet eraan’. Dat zegt genoeg. Voor de supporters is het de belangrijkste wedstrijd van het jaar. Als je die wint, kun je weer even vooruit. Als we verliezen, hebben we heel wat uit te leggen. Het loopt momenteel toch al niet zo lekker met onze ploeg. We moeten gewoon winnen. Voor ons maakt ’t wel heel veel goed als we Vitesse zouden verslaan.” Janssen: “Toch denk ik dat de derby meer beladen is in Nijmegen dan in Arnhem. Wij moeten natuurlijk ook winnen. We staan er niet goed voor. Als we verliezen staan we onder NEC, dat kan natuurlijk niet. Voor de supporters is het wel iets extra’s, voor de spelers niet zo. De meesten komen van buitenaf en hebben niks met NEC of Nijmegen. Maar het wordt hoog tijd dat we er winnen. Dat is ons al vier jaar niet gelukt. De club die verliest heeft een probleem.”

Demouge: “Wedstrijden tegen Vitesse zijn de mooiste. Je wil iets extra’s brengen. Wij hebben in de selectie ook niet veel Nijmegenaren. Eerst hadden we nog Bart Latuheru en Jack de Gier die de boel aardig konden opstoken. Dat is nu misschien wat minder. Alleen Gentenaar en ik komen uit Nijmegen. Dennis kan natuurlijk ook niet de hele wedstrijd gek staan te doen in zijn goal.”

Janssen: “Vorig jaar werd er de hele wedstrijd over mij gezongen. Meer dan in welk Nederlands stadion ook. Maar dat doet me helemaal niks. Meen ik echt.”

Demouge: “Volgens mij heb jij vorig jaar ook iets gedaan naar het publiek, een gebaartje gemaakt of zo.”

Janssen: “Klopt. Ze mogen van mij zingen wat ze willen. Het gaat het ene oor in en het andere uit.”

Demouge: “Supporters zingen vaak ‘Vitesse gaat failliet’, maar volgens mij willen ze dat in hun hart helemaal niet. Voor een Nijmeegse supporter bestaat toch niets mooiers dan een wedstrijd tegen Vitesse? Eerst zouden er geen Arnhemse fans naar De Goffert komen. Dat vinden onze fans volgens mij helemaal niet leuk. Tegen wie moeten ze dan zingen? Staan ze tegen een leeg vak te schreeuwen. Daar is toch niks aan?”

Janssen: “Misschien hebben ze dit jaar wel iemand anders om over te zingen, ze doen maar. Nee, ik heb nooit telefoontjes of bedreigingen gehad. Als het zou gebeuren, maak ik mij daar ook niet druk om. Laat ze. Dat Marc van Hintum een ander telefoonnummer heeft genomen vanwege bedreigingen, kan ik me niet zo goed voorstellen. Wat kan er nou gebeuren? Ik heb een huisje gekocht in de wijk waar ik vandaan kom. Als ze mij daar willen opzoeken, mogen ze wel met een hele grote groep komen.”

Demouge: Dat soort dingen als bedreigingen vind ik te ver gaan. Zoals die brieven die Guus Hiddink en Bert van Marwijk hebben gekregen; dat slaat nergens op. Dat met Van Hintum vind ik ook niet kunnen. Spelers hebben er niks mee te maken, laten de supporters dat onderling maar doen. Van mij wordt ook wel eens beweerd dat ik als supporter van NEC bij rellen betrokken was. Dat is onzin. Ik had gewoon een seizoenkaart, ging naar thuiswedstrijden en vaak ook uitduels. Als we naar Arnhem afreisden, gebeurde er nooit wat. Volgens mij is het daar iets veiliger. Heeft zeker te maken met de ligging van het Goffertstadion. Ik kan me wel voorstellen als Vitesse-supporters zich niet veilig voelen in het donker, in een park.”

Janssen: “We zullen zondag wel weer uren moeten wachten tot we een keer de bus in mogen.”

Demouge lachend: “Ja, áls je wint wel. Ik denk dat het beter is dat je verliest. Als wij verliezen, hebben we ook een probleem. Niet dat ik denk dat onze supporters de spelers ook maar iets aan zullen doen. Die fans willen alleen maar even hun boosheid kwijt, even schelden. Ik kan dat ook wel begrijpen.”

Janssen: “Ik denk niet dat het voor Frank een probleem zou zijn om in de stad Arnhem te komen. Bij ons zou er niet snel iets gebeuren. Het is voor hem makkelijker hier te komen dan voor mij in Nijmegen. Ik heb niks tegen Nijmegen, waarom zou ik een hekel aan die stad hebben? Het is gewoon een stad, net als andere steden. Ik kom er wel eens, kleren kopen. Vorig jaar ben ik nog uitgeweest in Nijmegen. Sommige barretjes vermijd je, dan weet je dat je er zo weer uit vliegt. Je moet de problemen ook niet opzoeken, heeft geen zin.”

Demouge: “Ik kom nooit in Arnhem. Sommige Nijmeegse supporters willen er niet eens doorheen rijden. Als ik er zou moeten zijn, ga ik wel, maar wat moet ik daar zoeken? Ik zou het echt niet weten.”

Janssen: “Ik heb ook niks tegen NEC, wat moet ik tegen die club hebben. Ja, ze hadden altijd van die lelijke shirts. Vond ik wel mooi met die vorige sponsor, hadden ze een geel en zwart bijtje op het shirt, in de kleuren van Vitesse.”

Demouge grijnzend: “Dat was geen geel, maar oranje. Daar is een hele discussie over geweest met de supporters.”

Janssen: “Tja, ongelooflijk zeg, waar gaat het over.”

Demouge: “Vroeger kwam ik als supporter wel in Arnhem. In dat oude stadion ben ik nog geweest en een keer of twee in Gelredome. In de bus tussen de supporters. Dan merk je wel dat het leeft, hoor. Of het erger is geworden? Nou, het was vroeger ook speciaal. Maar sinds Karel Aalbers is het geloof ik wel wat erger geworden. Die zei ooit dat er plaats was voor één club in Gelderland.”

Janssen: “Ja, dat weet ik nog wel. Toen moest er geloof ik een stadion komen, volgens mij hier in Elst. Ja, ik denk ook wel dat het heeft meegespeeld.”

Demouge: “Of ik ooit voor Vitesse zou kunnen spelen? Ik heb een keer in een interview gezegd van niet. Ik denk ook niet dat ik dat kan maken en ik wil het ook niet. Ik kom uit Nijmegen en ik zal er altijd terugkeren. Dat wil niet zeggen dat ik altijd bij NEC blijf spelen. Als ik ooit naar een andere club zou gaan, moet je daar wel een goed gevoel bij hebben. Utrecht of NAC, dat zijn clubs waar ik eventueel een gevoel bij zou kunnen krijgen. Vitesse, daar heb ik geen liefde voor. Ook niet als ik vier keer zo veel zou verdienen. Als dat kan, kan ik bij een andere club ook wel meer verdienen.”

Janssen: “Dat zal wel niet zo gauw gebeuren. Als je nu bij Vitesse komt, moet je geld inleveren. Ik zou ook niet gauw bij NEC gaan voetballen. Als NEC de enige club is die mij een contract zou aanbieden, weet je het natuurlijk nooit. Ik denk niet dat het verstandig is om direct van Vitesse naar NEC of andersom te gaan. Alleen als er een club tussen zit, dan kan het misschien.”

Demouge: “Kijk naar Pothuizen. Die wordt nu uitgefloten bij Vitesse én NEC.”

Janssen: “Ik denk dat de besturen van de twee clubs ook wel zo slim zijn om niet al te snel spelers van de streekrivaal te halen. Ja, Pothuizen, maar dat kwam omdat de heer Koeman dat wilde. Dat was niet slim, Pothuizen had er ook last van. Terwijl hij toch al eerder voor Vitesse had gespeeld. Jammer was dat, ‘Potje’ is een wereldgozer.”

Demouge: “Maar van de andere kant heeft NEC eerst Collen en later Ax en Wisgerhof binnengehaald. Dat is nooit een probleem geweest. Ik heb ook niks tegen Vitesse-spelers. Waarom zou ik? Bij Jong Oranje speel ik met Dingsdag, Hofs en Riga in hetzelfde elftal. Je trekt een week met ze op. Waarom moet ik dan een hekel aan die jongens hebben? Nee, dat vinden de supporters heus niet raar als ik dit zeg. Als ze straks weten dat ik met Theo Janssen aan een tafeltje heb gezeten, zullen ze mij dat heus niet kwalijk nemen. Misschien dat ze een keer voor de gein zeggen ‘waarom heb je hem niet aangepakt’.”

Janssen: “Het wordt toch echt tijd dat we een keer winnen in De Goffert.”

Demouge: “Vitesse heeft het altijd moeilijk in De Goffert, net als wij het vaak lastig hebben in Gelredome. Vorig jaar scoorde ik in Arnhem. Veel mensen hebben het nu weer over die kans van Jarda Simr. Die schoot de bal toen tegen de onderkant van de lat. Anders hadden we daar met 2-0 voorgestaan. Nu verloren we door een penalty van Van der Schaaf.”

Janssen: “Dat is nou het verschil. Die bal van Simr kan ik me niet eens herinneren. Ik denk dat de meeste spelers bij ons alleen de uitslag nog weten, 2-1. Die penalty weet ik ook nog, aardig genomen van Van der Schaaf, in de kruising. Ik weet nog wel dat Simr het aardig goedgemaakt heeft, dat had hij al gedaan. Hij maakte de enige goal tegen ons in Nijmegen, zo’n lullige goal uit een vrije trap. Trouwens Frank, speel jij zondag eigenlijk?”

Demouge: “Ik denk het wel, maar ik verwacht niet dat wij elkaar op het veld vaak tegen zullen komen. Ja, natuurlijk geef ik Theo straks wel een handje voor de wedstrijd.”

Janssen: “Misschien kunnen we na afloop een keer shirtje ruilen. Gooi ik mijn shirtje in het uitvak en dan jij het shirt naar jullie vak.”


Bron: De Gelderlander

Reageer via DTH Facebook of deel via social media of mail.
error: Het kopiëren van content is niet toegestaan