Column Joris: God, bewaar ons voor de camara’s

Noem mij een romanticus, een idealist, of voor mijn part conservatief, maar aan technische hulpmiddelen in de voetballerij heb ik een broertje dood. In het stadion dan. Op TV mag ik het allemaal graag zien: de afstand tot muur of doelmond, een goal uit zestien verschillende camerastandpunten, inclusief de fraaie shots van recht boven het veld en kekke schemaatjes met afspeelmogelijkheden. Maar in het stadion? Bespaar het me.

Ik heb het natuurlijk niet over een scherm met herhalingen van doelpunten, al herinner ik me het gebrek aan herhalingen als de meest wonderlijke ervaring toen ik als manneke naar het stadion ging. Als ie zat, dan zat ie en als je het niet had gezien ook. Niks geen herhaling met een knipperende H, toen bij Studio Sport nog rechts in de bovenhoek van de zwart-wit TV. Kan ook links bovenin zijn geweest trouwens, pin me er niet op vast. Ik heb het ook niet over het oortje van de scheids. Als de grensrechters lekker met hem willen kleppen over hun gewapper, ik vind het best, al betwijfel ik of dat bijvoorbeeld bij een buitenspeldoelpunt iets toevoegt. Dan gaat de vlag toch wel omhoog (of niet), ongeacht de rechtstreekse verbinding tussen de wedstrijdleiders onderling.

Waar ik echt niet aan moet denken, is de introductie van camera’s rond de velden om de scheidsrechter in geval van twijfel bij een beslissing te laten terugkijken. Voorstanders hiervan betogen, dat wedstrijden hierdoor eerlijk zouden zijn, want de scheidsrechter mag op zijn beslissing terugkomen als hij er naast zat. Is dat zo? Ik betwijfel het. En leuker wordt het sowieso niet, integendeel.

Eerst maar de kwestie van de eerlijkheid. Elke club wordt in zijn bestaan wel eens grotelijks genaaid door een scheidsrechterlijke dwaling. Goed, Calimero-clubs en supporters met een minderwaardigheidscomplex zullen betogen dat hun club toch echt vaker de pineut is. Maar een normaal mens met enig vertrouwen in de rechterlijke macht (zelfs al is dat de rechterlijke macht van de KNVB) zal toch erkennen dat iedereen wel eens de klos is en dat je op lange termijn inderdaad wel eens de sigaar bent. Maar je wordt ook wel eens gematst. Een club die degradeert zal hoongelach ten deel vallen, als de structureel gemene scheidsrechters als excuus worden aangevoerd. Dat is geen excuus, net zomin als pech. Elke supporter kent de wet van de grote getallen. Met die oneerlijkheid valt het aan het eind van de rit wel mee dus.

Er speelt nog iets anders en dat is de lol. Want hoe ziet een wedstrijd met camera’s er straks uit? Waarom gaat een mens nu naar het stadion? Zeker, om mooi voetbal te zien, om eens effe bij moeder de vrouw weg te zijn, uit onvervalste clubliefde, maar toch vooral om eens flink en onvoorwaardelijk uit je plaat te gaan als de bal in het netje ligt, de vlag omlaag blijft en de man in het zwart (geel of groen) het verlossende armgebaar richting middenstip gemaakt heeft. Wie zit er nu te wachten op een procedure waarbij juichen voortaan in twee rondes gaat? Een keer met de handrem erop, omdat de tegenpartij altijd (en geloof mij: bij voortduring) zal vragen de goal te herzien. En dan nog een tweede keer, weliswaar wat definitiever, maar na een minuut of anderhalf toch niet meer met dezelfde spontaniteit. Om nog maar te zwijgen van de grenzeloze teleurstelling als het gejuich ten onrechte bleek. Leuk voor masochisten, niet voor mij. Camera’s? Ik hoef ze niet. Ik wil ze niet.

Waarom aanvaarden we niet gewoon dat de scheids een mens is? Die er vast wel eens naast zit en een doodenkele keer misschien zelfs met boze opzet. Maar ach, het op gepaste wijze uitjouwen van een scheidsrechter is toch wat anders dan het uitjouwen een camera-systeem. Dan word ik liever wéér genaaid.

Joris

Reageer via DTH Facebook of deel via social media of mail.