Babos en het gevoel dat elke bal voor jou is

Vorig seizoen werd Gàbor Babos de trotse houder van het clubrecord bij NEC: 693 minuten niet gepasseerd. Deze jaargang beleeft de ploeg een moeilijke start. Maar de doelman gelooft heilig in een ommekeer. „Hier komen we echt wel uit.”

Sinds de komst van zijn landgenoten Adam Hrepka en Krisztian Vadocz is Gàbor Babos (32) niet alleen de doelman van NEC, maar ook tolk voor Mario Been. „Vooral tijdens de tactische bespreking. Leg ik ze in het Hongaars uit hoe de trainer wil spelen. Wat er van hen verwacht wordt.” Bij hun aankomst in De Goffert had hij ze een A4- tje gegeven. „Daarop had ik in het Nederlands de belangrijkste aanwijzingen geschreven die in het veld geroepen worden. ‘Links van je, rechts van je, in je rug, aansluiten’, dat soort zaken.” Zeven jaar geleden had Babos bij zijn overgang naar NAC een zelfde velletje gekregen van Sandor Popovics. De Hongaar, vader van zijn huidige vriendin, oud-trainer van NEC en toen hoofdscout in Breda besefte dat hij moest praten in het veld.

„ Een keeper geeft leiding aan zijn verdediging. Coachen moet-ie. Daarmee dwingt hij respect af.” In eigen land had hij als doelman van MTK Boedapest alles al gewonnen en veel bereikt toen Henk ten Cate daar in 1999 de nieuwe trainer werd. Na een jaar vertrok de Amsterdammer naar NAC en nam hij Babos mee. „Voor Nederland was ik een onbekende. De ploeg was net gepromoveerd naar de eredivisie. Maar in de volgende drie seizoenen werden we met NAC negende, zesde en vierde.” Hij verdiende in Breda een transfer naar Feyenoord, maar de vreugde over die mijlpaal werd overschaduwd door de dood van zijn vader. „Ik had een hele sterke band met hem. Hij was zelf keeper geweest. Tweede divisie in Hongarije. Een goeie voor dat niveau. Sloeg geen wedstrijd van mij over. Als ik goed had gespeeld, zei hij altijd: ‘dat is normaal. Dat verwacht ik van je.’ Een wedstrijd analyseerden we altijd met z’n tweeën. Ik heb veel naar hem geluisterd. Hij was mijn vader en tegelijkertijd een vriend voor me.” Toen zijn vader kanker kreeg, reisde Gàbor Babos in zijn laatste weken bij NAC een paar keer spoorslags af naar zijn geboorteplaats Sopron. „Kreeg ik een telefoontje, stapte in de auto en stond 10,5 uur later aan zijn bed. Doordeweeks was ik bij hem. In het weekend speelde ik mijn wedstrijd met NAC. Vijf dagen voor mijn eerste training bij Feyenoord hebben we hem begraven. Hij was pas 55.

” Was hij bij NAC uitgegroeid tot een internationale topkeeper, in De Kuip brokkelde het voetstuk waarop hij stond in rap tempo weer af. Babos verloor zijn plek onder de lat aan Lodewijks en werd na één seizoen verhuurd aan NEC dat hem vorig jaar dankbaar losweekte bij de Rotterdammers en vastlegde tot 2009. „ Soms kom je op een verkeerde tijd bij een club”, zegt hij en schudt zijn hoofd. „Nee aan Pim Doesburg ( destijds keeperstrainer bij Feyenoord, red) en Ruud Gullit (toen zijn coach, red) maak ik geen woord meer vuil.” Bij NEC is hij op zijn plaats. Houder van het clubrecord (693) minuten niet gepasseerd) en inmiddels zo’n 400 wedstrijden op het hoogste niveau achter zijn naam. „ Daar mag ik best een beetje trots op zijn”, zegt Babos, die sinds de spelregelwijziging van de terugspeelbal ook nog eens heeft moeten leren voetballen. „Vooral in Nederland. Hier moet je Maradona zijn. Kaatsen, dubbele driehoekjes maken. En als je per ongeluk een bal de tribune in jaagt, begint iedereen gelijk te morren. Maar ik kom uit de tijd dat je de bal na een ingooi oppakte en in je strafschopgebied wat tijd kon rekken.

Raar hoor, als je daar nu aan terugdenkt.” Uit tegen PSV werd een moeilijke terugspeelbal van Muslu Nalbantoglu hem nog noodlottig. „Hebben we uitgebreid over gesproken. Natuurlijk was het een fout van mij. Men vroeg zich af waarom ik die bal niet gewoon gepakt had, omdat-ie zo hoog opstuiterde. Maar je moet binnen tienden van een seconde beslissen. En als je dan in de fout gaat, heb je pech. Een verdediger kan tachtig fouten maken, maar die heeft dan altijd nog de kans dat ik de situatie red. Achter mij staat niemand meer.” En toch zou hij met niemand in het veld willen ruilen. Ook niet met een spits die dat gelukzalige gevoel over zich krijgt als hij scoort. „ Omdat ik weet hoe het is om uit tegen AZ een penalty te stoppen en de nul te houden”, grijnst Babos. „Het gevoel dat elke bal voor jou is. Dat kent alleen een keeper.” Hij hoopt het vanavond weer te hebben. In de Arena tegen Ajax. Al lijkt de kans klein dat NEC op dit moment in staat is punten te halen in Amsterdam. „Het zit even tegen, maar ik kan niet geloven dat we hier niet uitkomen. Adam en Krisztian hou ik steeds voor meer te praten in het veld. Laat zien wat je in je hebt. Ze kunnen iets, anders had NEC ze niet gehaald.” En hij verwijst nog maar eens naar de eerste training van Hrepka. „Bij het afronden. Elke bal was raak. De een nog mooier dan de ander. Hij kreeg zelfs applaus van het publiek. Bij een training! Had ik nog nooit meegemaakt. Dan heb je iets. Kan niet anders. Natuurlijk zal ik ze helpen waar ik kan om ze hier te laten slagen. Maar pas op, hè. Het zijn geen kinderen meer. De kansen die ze krijgen, moeten ze zelf pakken.”

Bron: De Gelderlander

Reageer via DTH Facebook of deel via social media of mail.