Topdude: “Voetbal is Business”


Bedrijf A heeft meerdere belangrijke medewerkers op verschillende afdelingen.


 


Zo ook deze medewerker. Laten we hem X noemen. Aanvankelijk was medewerker X nog niet helemaal wat het wezen moest, maar na wat aanloopproblemen, heeft medewerker X de laatste jaren vrijwel foutloos in bedrijf A gefunctioneerd. Sterker nog, een hele afdeling van bedrijf A was in grote mate afhankelijk van de visie en organisatorische kwaliteiten van medewerker X . Ook andere afdelingen profiteerde van de kunde van medewerker X. Binnen bedrijf A was X onomstreden en ook buiten het bedrijf erkende men de kunde van medewerker X.


 


Om redenen die nu niet ter zake doen vertrok medewerker X naar bedrijf B.


 


Bedrijf A had zich inmiddels een vaste plek in de harde zakenwereld veroverd en wilde daar ook liefst blijven. Alle andere medewerkers bleven bedrijf A trouw en slechts voor medewerker X moest een vacature worden opgevuld. Vanzelfsprekend kiest bedrijf A een sollicitant met minstens, zo niet betere papieren, dan vertrokken medewerker X.


Er moest immers een sleutelpositie binnen het bedrijf worden opgevuld. Een positie die betrokkenheid had met alle andere afdelingen van bedrijf A.


 


Bedrijf A moest zuinig met de centjes omgaan, dus directeur D zou zelf de nieuwe medewerker uitzoeken.


Op de dag dat directeur D het sollicitatiegesprek zou doen, moest hij plots voor zaken naar het buitenland. Adjunct directeur L nam de zaken waar.


Directeur L was niet van alle ins en outs op de hoogte en verwisselde wat papieren. Hij riep een sollicitant, die kwam voor een positie op de postkamer, per abuis op en gaf hem de uiterst belangrijke managersfunctie die medewerker X had achtergelaten. Sollicitant, nu medewerker E had hier totaal niet op gerekend, maar zette onmiddellijk zijn handtekening onder het contract.


 


Toen directeur D dat hoorde was hij laaiend, maar omdat hij zich verder nooit bemoeide met de aanstelling van het personeel, kon hij weinig zeggen tegen directeur L. Naar buiten toe moesten D en L, gesteund door opleidingsfunctionaris N maar volhouden, dat nieuwe medewerker E minstens net zo goed was als medewerker X aan het begin van zijn loopbaan was.


 


Ondertussen zat de opleidingsfunctionaris N met de handen in het haar, want hoe moest hij nu van een simpele sollicitant voor de postkamer een afdelingschef maken? Helaas maakte medewerker E vele voor het bedrijf nadelige fouten. Het bedrijf kwam daardoor in de moeilijkheden en raakte de met veel moeite verworven positie in de zakenwereld kwijt.


 


Ondertussen gaat het met medewerker E en bedrijf A niet goed, al probeert men op de PR afdeling al het mogelijke, om de fouten van medewerker E te vergoelijken. Er zijn zelfs mensen buiten het bedrijf, die voor medewerker E een goed woordje doen. Bedrijf A moet toch op zoek naar een nieuwe medewerker, vanwege de fout van adjunct L. Bedrijf A heeft dat geld helemaal niet, waardoor die fout dubbel zo zwaar telt.


 


Directeur D trekt zich de haren uit het hoofd, dat hij adjunct L zijn zaken heeft laten waarnemen.


Opleidingsfunctionaris N slaagt er niet meer in om de afdelingschefs van de juiste instructies te voorzien.


Medewerker E vindt het allemaal heel vervelend, maar hij kon toch moeilijk nee zeggen tegen dat contract.


 


Medewerker X versterkt inmiddels de positie van bedrijf B.

Reageer via DTH Facebook of deel via social media of mail.