Column Joris: Optimisme als plicht

Hoe treed je als rechtgeaarde NEC-supporter zondag aan in de Kuip? De Duitse wetenschapsfilosoof Karl Popper zou het wel weten. “Optimisme is een plicht”, stelde hij. Zonder zonnige kijk op de toekomst, vervallen we tot apathie en cynisme en krijgen we helemaal niks positiefs meer uit onze vingers. Laat staan onze voeten. Immers, waarom zou je je uitsloven als alles toch al naar de klote gaat? Het citaat wordt dikwijls aangehaald door mensen die met klimaatverandering bezig zijn, als antwoord op de vraag: bent u optimistisch of we de opwarming van de aarde kunnen stoppen? Negen van de tien keer is het antwoord dan “Ik ben een optimistisch mens”, ook als je van een kilometer afstand ruikt dat de geplaagde ondervraagde wel beter weet.

Maar er zijn ook andere strategieën om met de stress van een finale om te gaan. Welke supporter ben jij?

De supporter-statisticus

Op de dag dat we in 2014 via winst op Sparta kampioen van de Eerste Divisie gingen worden, flikkerde ik ’s morgens thuis van de trap af en brak en kneusde een hand vol ribben. Dat werd geen bekerfinale. Geen nood, rekende een behulpzame vriend me voor. We waren in ’74 immers ook al kampioen geweest en met een schema van eens in de veertig jaar een kampioenschap, redde ik dat nog wel een keer bij mijn leven. En ware supporter-statisticus, deze vriend.

De NOS bracht maandag een artikel op haar site waarin tot cijfers achter de komma werd berekend hoe groot de kans is dat deze of gene tweede wordt. NEC kreeg 33,9% kans toegedicht. De echte supporter-statisticus leeft hier helemaal van op: meer dan een derde kan dat we Champions Legue halen! Nou nou. En dat terwijl we derde staan! De supporter-statisticus vertrouwt erop dat resultaten uit het verleden een garantie zijn voor de toekomst. Misschien weet hij ook wel dat zulks niet klopt, maar een beter anker heeft hij niet voor handen. Voor de competitie is dan fijn. Voor de beker ligt het lastiger: statistisch gezien wonnen we de beker nog nooit. En in het echte leven ook niet. Kortom: de supporter-statisticus zoekt houvast die er niet is. En dat zij zo.

De Indekker

De scheids was kut. AZ had mazzel. NEC had pech. Als, als, als, dan, dan, dan hadden we nooit verloren. Die Parrott is toch wel van een ander kaliber dan Linssen. De echte Indekker is nu al smoezen aan het verzinnen waarom het mis ging. Immers, een minuut na het eindsignaal moet hij paraat staan met een verhaal waarom de geleden nederlaag onvermijdelijk was. Van de weeromstuit heeft de Indekker geen eens tijd te genieten van eventuele meevallers. Bij winst raakt hij pas echt in de war: hoe heeft dat nou kunnen gebeuren? De Indekker heeft het niet makkelijk. Toch zijn er veel indekkers. Kennelijk snakken wij naar verklaringen voor het onverklaarbare in tijden van nood.

De naïeve supporter

De naïeve supporter is een blij ei. Hij juicht en zingt en danst en springt altijd. Al naait de scheids de onzen langdurig en met kracht, al staan we met 5-0 achter, al zeilen de Alkmaarse kazen met kilo’s tegelijk om onze oren, is alles verloren: de naïeve supporter neemt het zoals het is en verwacht dat alles wel goed komt. Verloren? Volgend jaar is er weer een kans. Slecht spel? Volgende week wacht Twente alweer. De naïeve supporter vindt eigenlijk dat het vooral om het meedoen gaat. Vijf verloren finales deren hem niet, het waren mooie tripjes, toch? Waarschijnlijk heeft de naïeve supporter andere dingen in het leven die hij echt belangrijk vindt. Geloof ofzo. De naïeve supporter is misschien te benijden, maar toch ook niet helemaal serieus te nemen.

De cynische supporter

De cynische supporter heeft alles al een keer gezien en is, in tegenstelling tot de naïeve supporter, nooit echt blij. Dat kan ook niet, want elke winst heeft beslist een schaduwkantje. De cynische supporter heeft trekjes van de Indekker, maar hij is erger, heeft nóg meer eelt op zijn ziel. De cynische supporter weet wat verliezen is. Dat weet hij zelfs zo goed, dat hij bij elke overwinning weet, dat na zonneschijn veel regen komt. Hij zal dat ook benadrukken, zodat het alleen maar mee kan vallen.

Je komt de cynische supporter zeker niet alleen tegen bij degradatieclubs, maar juist ook veel bij gewezen topclubs. Ik zat pas in de Ajaxvak te kijken naar de verrichtingen van NEC. Man, ik dacht dat wij konden nuilen. Geloof me, in Amsterdam is het erger.

De cynische supporter heeft bij een bekerfinale eigenlijk weinig te zoeken. Bij verlies ziet hij zich bevestigt in zijn denkbeelden. Maar wat te zoeken bij winst? Barst de harde bolster dan open? Laat je je blanke (of beter: rood groen zwarte) pit zien? Maar volgende week dan, als er weer verloren wordt? Ook de cynische supporter is een weinig benijdenswaardig man.

De Optimist

En dus rest ons maar één supporterstype: de Optimist. Alleen de Optimist weet wat voorpret is. Vrezen doet hij ook, maar in stilte. De Optimist wéét dat elke finale met nul-nul begint al dat al die andere finales er om 18.00 uur niet mee te doen. De Optimist stelt zijn smoesjes uit tot ná de wedstrijd. De Optimist zal gedurende 90 (of 120) minuten zo nodig grenzen aan de naïeve supporter, maar zijn cynisch ‘ik’ opzij zetten. De Optimist kan niet slapen deze week, maar het zal toch moeten, want hij wil DROMEN.

Joris

Lees meer

Reageer via DTH Facebook of deel via social media of mail.

Gastcolumn: “Enniesee”

Derdes stoan se noa seufenentwintig wedstrijje, jammer, feuls te loat eigeluk, nou joa, feur un hoop minse dan die ‘k gekent hep.

Ut sat un bietje ien de femielie, m’n bruur het d’r gespeult totdah s’n knie oan gurt gong, duirnoa trouw elluke wedstrijd bekeeke en ‘s moandags op de mert of bij ‘t kuirte ien’t kluphuus nog un keer of vijf deurgenoome, m’n foader was gewoon Nimweegenuir, moeder was gewoon trots op me bruur en had soefeul shirts en sokke motte wasse dah se rood, gruun en swert feur ooge sag.

Mien Oome Henk en tantes wuire “egte, die soate agter de kassa op de Goffert en duirnoa elleke wedstrijd wer op de tribune, die eene tante, tante Klaar hiete se, hebbe se heelemoal feuroan motte sette, die schupte mee met de speulers fan Enniesee, feuroan hadde de andere minse d’r gin last fan. Frouwevoetbal was nog nie uutgefonde anders hat se d’r besis bij geseete.

Eiges hè’k gin grote bijdroage magge leefere, ‘k ging wel kieke, muir nie so foak as de rest en fan ‘t soame met de jonges uut de Kuul ofer de hoag teruggooie fan Ajaxgasten sonder kuirtje krieg je oek gin erelidmoatschap.

Nee, mien makt ‘t nie soefeul uut of se nou derdes of letste stoan, maar die egte Ennieseejers ien de femmiele, se sien allemoal dood nou, die ha’k ‘t so gegund.

Ceeske

Lees meer

Reageer via DTH Facebook of deel via social media of mail.

Column Joris: Kerstoverpeinzingen

“En ga je dan echt elke twee weken naar Nijmegen”, wordt mij mee dan eens gevraagd door zielen met ongeloof in hun ogen als ik vertel dat ik al ruim 25 jaar in de hoofdstad woon met een seizoenkaart van NEC. Dezelfde mensen die overigens zonder probleem en dikwijls geheel vrijwillig tweemaal daags een uur in de file gaan staan. Dan valt twee maal een uur en een kwartier in de trein, voorzien van een biertje en leuk gezelschap écht reuze mee, geloof me. Bovendien: voor NEC is geen reis te ver toch?

Niet zo’n zin
Maar, eerlijk is eerlijk, als een paar jaar geleden een wedstrijd als NEC – Ajax op de rol stond, met een geheide 0-3 of erger in het verschiet, dan bekroop me wel eens de gedacht: “Oh man. Moet dit?”. In zo’n geval werkt niets meer mobiliserend dan de zekerheid van honende en boze reis- en tribunegenoten. “Dus jij blijft thuis omdat je geen zin hebt? Denk je dat wij zin hebben? Dan maak je maar zin.” En klim je op de fiets richting Amsterdam Amstel, in het vage besef dat elke wedstrijd met 0-0 begint. En in de wetenschap morgen op het werk tegen die salonsupporters van Ajax aan je bureau kunt zeggen: “Zo goed was Ajax niet. Was je erbij dan?”. Mind you: er was een tijd dat je het als niet-bezoeker van een wedstrijd écht met de samenvatting van Studio Sport moest doen. Bij gelegenheid een prima omstandigheid om je achter te verschuilen.

Ajax thuis? Te doen.
Hoe anders is dat nu? De wedstrijd van zaterdag leefden we al weken naartoe. Ajax? HA! Die kunnen we hebben! Goed te doen. Groeiende vorm van Ajax? Puh, en wij dan? Vakmanschap van Grim? En Schreuder dan! De overrompelende eerste 35 minuten van NEC werden vol gejuich ontvangen, maar niet eens met ongeloof. Het geren van Ajax naar achter namen we voor kennisgeving aan. En het gemopper in de rust over de weggegeven goals viel ook nog wel mee. In mijn kringen althans. NEC als semi-topclub heeft zich eigenlijk net zo snel in onze hoofden genesteld, als de gedachte na promotie dat meedraaien om de play-offs toch wel een normale zaak is.

Verklaard VAR tegenstander
Sterker nog, we hadden volgens menigeen hoger kunnen, nee moeten staan. Op socials doet een (overigens heel mooi) filmpje de ronde, waarop te zien valt hoe vaak de vermaledijde VAR ons alweer heeft benadeeld. Dat past in een patroon van schier een ongekend zelfbewustzijn. En optimisme. Waar ik voor ben hoor. Maar richten we onze pijlen niet wat veel op de rechterlijke macht van scheidsrechters, grensrechter en Zeister videokijkers en wat weinig op het systeem an sich? Ok, ik ben een verklaard VAR-tegenstander van de stokoude stempel, maar het gaat er bij mij niet persé in dat de scheids en co er moedwillig op uit zijn dingen verkeerd te zien. Het is veel meer dat ze opgezadeld zijn met een reeks steeds zich sterk uitbreidende en steeds veranderende regels, die leiden tot voorzichtig en risicomijdend fluiten. En dat pakt dit seizoen slecht uit, omdat we liever aanvallen dan verdedigen. De scheid heeft niet zozeer de pik op NEC, maar de KNVB op aanvallend voetbal. En ook op de fixatie op het mijden van risico’s en de kans dat je een keer iets ernstigs niet hard hebt bestraft bekritiseerd zal worden. Instituties als de KNVB zijn als de dood dat ze iets verkeerd doen en werken steeds defensiever en instrueren hun mensen zo. Dat hebben we overigens ook te danken aan de compleet overspannen reacties als de scheids een keer wat verkeerd doet. Dan vallen we liever terug op machines, beeldtechnologie en computers. Alsof dat helpt.

2026
Terug naar NEC
Moge in 2026 de Goden, engelen, San Boekhoorn en San-o hun rood-zwart en groene hart laten spreken.
Moge het zo zijn dat we onze huidige vormen speelstijl voldoende weten te continueren tot het einde van het seizoen.
En moge ons dan een Europese tournee ons deel zijn waar een hele generatie weer een jaar of 15 tot 20 kan teren.
Oja, en de beker, die wil ik nou ook wel eens winnen.
Maar de finale is ook goed.

Lees meer

Reageer via DTH Facebook of deel via social media of mail.

Column Joris: 125 jaar

De verjaardag van onze club is vooralsnog een feestweek waar de Zomerfeesten bij verbleken. De preparty voor de wedstrijd zondag was ronduit spectaculair. Het honderden meters lange spandoek waarmee onze legionairs zichzelf overtroffen, staat nu al in ons collectieve geheugen gegrift. Wat moet dat voor de spelers een tof gezicht geweest zijn. Wij doen het … Lees meer

Reageer via DTH Facebook of deel via social media of mail.