De week van … hoofdstedelijke overpeinzingen

Ajax – NEC. Voor mij uit- en thuiswedstrijd tegelijk. Hoewel al een half mensenleven in Amsterdam woonachtig, is mijn liefde voor Ajax nog steeds buitengewoon beperkt. Maar de Arena is lekker dichtbij en we halen er de laatste jaren prima resultaten, dus hé, daar wil ik dan toch even gaan kijken. Via een bevriende Ajaxied die op vakantie was werden me zomaar twee kaarten in de schoot geworpen. Dus op naar de UFO.

 

Vuurwerk

Geinig genoeg vierde de F-side zaterdag haar vijftigjarig jubileum, wat gepaard ging met oorverdovend vuurwerk (dit keer niet gericht op het veld, maar netjes omhoog) en een joekel van een spandoek. Niet zo mooi als dat van ons, maar jemig, wat een lel van een ding, zeg. Waarvoor hulde. Het hoogtepunt qua publieksparticipatie zat er daarmee gelijk weer op. Best bijzonder hoe weinig geluid 50.000 gelijkgestemden in de Johan Cruijff Arena weten te produceren. Als vanouds ging menigeen er geheel in stijl ook weer ruim voor het einde naar de uitgang. Zeker gezien het feit dat het nog retenspannend was een raar verschijnsel.

Nimweegs trots!

 

Uitwedstrijd in eigen stad

Ik zat, net als vijf jaar gelden, met mijn Nijmeegse maatje precies achter het doel. Toen maakte NEC, na die heerlijke promotie, haar Eredivisie-rentree tegen Ajax. Hemel, wat een hel was dat. In twintig minuten tijd poefde Ajax er vier in het doel, recht voor mijn neus. Elke speler die met de bal aan zijn voet ‘onze’ kant op stormde, schoot de bal in het netje. Waar gaat dit heen dit seizoen, vraag je je dan af, terwijl je op je rode stoeltje zit te sterven met springende Ajaxieden om je heen. Dat was anders deze keer. Maar één keer doorstonden we een dergelijke mismatch tussen ons en de buren. Terwijl we ook een keer de vuisten stiekem balden bij de fraaie pingel van Chery. Want ideaal is het allemaal niet, zo’n uitwedstrijd in eigen stad.

Wat menig Ajaxied in de metro en bij de bierkraam was opgevallen, was het feit dat NEC een soort dépèndance van de hoofdstedelijke trots aan het worden is. Schuurs, Tadic, Bakker, Kaplan: ze hebben alle vier een Ajaxverleden. Leuk trouwens dat Schuurs een vet applaus kreeg van het Ajaxpubliek bij zijn wissel. Zijn gunfactor is (logischerwijs en terecht) hoog. Of er ook voor Tadic werd geklapt, is me eigenlijk niet opgevallen. Nog één ding daarover: heel chique was het allemaal niet wat hij zei, maar grijze muizen zijn er al genoeg, mensen.

 

Joris

 

 

Reageer via DTH Facebook of deel via social media of mail.