Vleminckx blij met stormram Burgzorg

Het duurde even, maar spits Björn Vleminckx wist er gis­teren tegen Willem II weer eentje in te prikken. Hij is te­vreden over de samenwer­king met Mitchell Burgzorg.

Eindelijk was daar gistera­vond weer eens het doel­punt voor Björn Vlemin­ckx. De Belgische spits stond droog sinds de thuiswed­strijd tegen FC Twente op 6 decem­ber. Toen scoorde hij twee keer, maar verliet hij het veld met een nare smaak: hij kreeg rood voor na­trappen. Na de wedstrijd tegen Willem II overheerste het positie­ve gevoel.

„Dit doelpunt maakt het verschil voor de komende wedstrijden”, al­dus Vleminckx. „Tegen NAC be­gon ik toch een beetje het vertrou­wen te missen. Ik maakte een paar keer de verkeerde keuze. Legde ik de bal af, terwijl ik hem gewoon hard in de netten had moeten schieten. Maar vandaag (gisteren, red.) ga ik met een heerlijk gevoel het veld af.”

Voor de tweede keer vormde hij te­gen Willem II een tandem met Mitchell Burgzorg op rechts, die trainer Wiljan Vloet verrassend had laten staan na de 4-2 tegen NAC. „Een heel verschil met Saïdi (Ntibazonkiza, red.), dat wel. Die houdt het veld breed, probeert zijn man op te zoeken en voorbij te gaan. Mitch (Burgzorg, red.) is juist een stormram, die blijft maar gaan, echt ongelooflijk. Eigenlijk moet je steeds met hem mee, maar dat redt niemand 90 minu­ten lang.”

Na twee optredens heeft Vlemin­ckx voor dat luxeprobleem al een oplossing. „Soms laat ik hem gaan en zak ik in. Dat werkt goed. We beginnen elkaar aan te voelen. Ik weet wanneer hij me gaat inspe­len of wanneer-ie zelf gaat.” Never change a winning team moet Vloet gedacht hebben, toen zijn nieuwe formule tegen NAC succes bleek te hebben. Door een paar zieken in de selectie, gaf hij te­gen Willem II opnieuw ‘de jon­kies’ de kans. Maar allerminst is ze­ker dat Burgzorg tegen Groningen thuis – aanstaande zaterdag – we­derom op de rechtsbuitenpositie begint. „Mitchell en ik praten er natuurlijk over, dat het lekker gaat, maar de trainer bepaalt uiteinde­lijk de opstelling”, zegt Vleminckx. „Voor hetzelfde geld wordt Mitchell ziek of krijgt hij een bles­sure en dan staat Saïdi er weer. Geen probleem. Ik heb al met zo­veel mensen gespeeld.”

Hoewel hij de bal prima binnentik­te en eindelijk weer eens kon jui­chen, kreeg Vleminckx tegen Wil­lem II nauwelijks de ruimte om binnen het strafschopgebied kan­sen te creëren. Maar dat deed niets af aan de kwaliteit van zijn spel, vond de Belg. „Ik ben een targets­pits. Voor een spits is het natuur­lijk belangrijk doelpunten te sco­ren, maar ik heb meer taken. De bal vasthouden, kaatsen en hard werken. Dat ging weer goed. Ik het het gevoel dat ik me in deze wedstrijd weer gedeeltelijk heb herpakt en dat is fijn om te mer­ken.”

Maar speelde aan het einde van het duel niet stiekem de oude kwaal aan zijn pijnlijke knie op? Waarom wisselde Vloet Vleminckx in de 84e minuut voor Ntiba­zonkiza en werd hij vervolgens door een ploeggenoot half de cata­comben in gedragen? „Nee nee”, hielp de spits alle misverstanden de wereld uit. „Dat dragen was echt een grapje. Ik was gewoon ka­pot en als je dan nog een kleine tien minuten op de bank moet zit­ten, dan word je zó stijf.” De knie is nauwelijks nog een sta in de weg, legt hij uit. „Ik blijf het ge­wricht verstevigen door krachttrai­ning te doen, maar ik ben al bijna pijnvrij. Op een schaal van één tot tien zit ik op één.”

Bron: De Gelderlander

Reageer via DTH Facebook of deel via social media of mail.