De week van…de assistent

Het was maandag niet bepaald een saaie supportersavond. De aanwezigheid van een behoorlijke groep fanatieke supporters zorgde ervoor dat het kennismaken met de nieuwe algemeen directeur, de trainer en de technisch directeur geen standaard welkomstwoordje met een braaf applausje opleverde. Wilco is een goede prater en wist met wat humor goed overeind te blijven. Hij gaf aan niet mensen naar de mond proberen te praten, maar sommige oneliners (Over 5 jaar wil ik met NEC in het linkerrijtje van de eredivisie staan) vielen op z’n plaats als een bitterbal op een borrel.

De lef van Bogers om zich te verantwoorden voor zijn nogal vreemde woorden bij de terugkomst in Nijmegen (verliezen met 3-0 van Den Bosch, dat kan), viel te prijzen. Hij verdedigde zich door te zeggen dat zijn woorden cynisch bedoeld waren, als reactie op de onvriendelijke opmerkingen die hij van supporters kreeg. Dat mag dan een excuus zijn, handig was het niet. Toon gewoon begrip voor de boosheid, zeg dat je keihard gaat knokken en je best blijft doen voor de club, zeg dat je niet zult accepteren als spelers de kantjes ervan af lopen en waarschijnlijk zal je met een succeswens en een handdruk het stadion weer in kunnen gaan. Het was cynisch bedoeld, maar zonder uitleg valt dat moeilijk te plaatsen en dan worden de woorden opeens belangrijker dan je zou wensen.

Oversier is geen prater zoals van Schaik. Zijn stem is wat zachter en dat komt toch wat anders over in een rumoerig zaaltje. Wie de moeite neemt, hoort dat Oversier best wel duidelijk zijn keuzes wil uitleggen en overal lijkt hij een logische verklaring voor te hebben. De meeste kritiek kreeg hij op de aanstelling van Bogers als hoofdtrainer, twee weken na zijn aanstelling als assistent. Oversier gaf als reden dat ze kijken naar de lange termijn en dat ze de technische staf zeker drie jaar de tijd geven om weer op het gewenste niveau te komen.

Daar zou dan wel een trainer bij moeten komen die dat hele proces zou kunnen en willen begeleiden. Geen trainer voor een jaar, maar een opbouwer voor de wat langere termijn. Zo’n trainer werd niet gevonden, Bogers was als assistent voor dat proces gehaald en voldeed dus aan de visie, alleen vanuit de rol als assistent. De club wilde geen trainer voor een jaar aanstellen en dus werd Bogers naar voren geschoven om hoofdtrainer te worden. Dat klinkt allemaal logisch, maar is het niet. In het voetbal moet een TD aan de lange termijn denken, maar het trainersbestaan is niet op de lange termijn in te richten. Komt een betere club voorbij, dan gaat de trainer weg, zijn de resultaten slecht ook. En wat als het niet meer klikt tussen de trainer en de groep, dan maar doorgaan want lange termijn is lange termijn?

Nee, lange termijnplanning met trainers is moeilijk. Het zou natuurlijk mooi zijn als het zo werkt, maar zo werkt het meestal niet. Als Bogers de boel niet aan de praat krijgt, dan moet hij weg en kun je volgend jaar op zoek naar 2 nieuwe mensen voor de lange termijn. Als Bogers de boel wel op de rit krijgt, kun je hem weer moeilijk degraderen tot assistent. Blijft hij hoofdtrainer dan is het vanuit de ingeslagen visie wel weer vreemd dat iemand vanuit de beoogde lange-termijn-assistent-rol, blijkbaar wel opeens de ideale hoofdtrainer is. Natuurlijk een assistent kan zich ontwikkelen, maar het zal een hele klus worden voor iedereen binnen de organisatie en daarbuiten om geen assistent meer in Bogers te zien. Natuurlijk zit niemand te wachten op een Hans de Koning, maar in de eredivisie is het wel makkelijker om trainers binnen te halen die mee willen. Dan moet je op korte termijn wel successen boeken. Als dat niet lukt met deze noodgreep dan neem je wel een groot risico.

Vanavond tegen FC Emmen kunnen we zien of onze assistent in staat is om deze jongens zodanig te motiveren dat we met een klinkende overwinning weer wat vertrouwen kunnen tanken. Ook winnende assistenten hebben altijd gelijk.

Bleum

Comments are closed.